Chronologie van het drama Srebrenica

zomer 1991

Nadat in het toenmalige Joegoslavië Serviërs een aantal delen van Kroatië tot autonome Servische gebieden hadden verklaard, verklaart Kroatië zich onafhankelijk van het centrale, door Serviërs gedomineerde gezag in Belgrado. Hierop volgt een aanval van het Joegoslavische leger en paramilitaire eenheden op burgerdoelen in Kroatië.

april 1992
De Bosnische Serviërs omsingelen Sarajevo en bezetten Oost-Bosnië en Srebrenica.

mei 1992
De bezetters verlaten Srebrenica na gevechten met het Bosnische Regeringsleger. Tienduizenden Moslimvluchtelingen zoeken bescherming in Srebrenica.

april 1993
De Veiligheidsraad van de VN verklaart met resolutie 819 de Srebrenica tot Veilig Gebied. Een contingent van Canadese blauwhelmen neemt posities in de enclave in.

juni 1993
Het kabinet besluit, met steun van de kamer, tot uitzending van vredeshandhavers.
De belofte van de regering (Lubbers en Kooymans) aan de kamer is expliciet en nadrukkelijk: voldoende slagkracht en daadwerkelijke bescherming en dus indien nodig verdediging van de bevolking.

maart 1994
Het Nederlandse Dutchbat-bataljon neemt de bescherming van de enclave Srebrenica over van de Canadezen. Ze bezetten 12 observatieposten in het gebied. Generaal Couzy verklaart in het NOS-journaal dat Dutchbat bij een Servische aanval uitsluitend militaire actie zal ondernemen ter bescherming van de eigen mensen.

7 juli 1995
Aanval van de Bosnische Serviërs op de enclave. Dutchbat vraag NAVO-luchtaanvallen aan, maar deze blijven uit.

8 juli 1995
Het Bosnisch-Servische leger rukt op naar de observatieposten van Dutchbat. Sommige posten geven zich over, anderen trekken zich terug. Soldaat R. van Renssen wordt gedood door verdedigers van de enclave. De 30 Dutchbatters die zich hebben overgegeven worden gegijzeld door het Bosnisch-Servische leger.

11 juli 1995
Het Nederlandse verzoek om luchtsteun wordt genegeerd. Omstreeks 16.00 u vallen de Bosnisch-Servische troepen onder leiding van generaal Mladić de enclave binnen. 15.000 Mannen vluchten over de bergen richting Tuzla. Dutchbat vertrekt met 35.000 vluchtelingen naar de Dutchbatbasis Potočari.

12 juli 1995
De Bosnische Serviërs omsingelen Potočari. Vrouwen en kinderen worden gescheiden van de mannen en in bussen gedeporteerd richting Tuzla. De mannen worden met onbekende bestemming afgevoerd.

17 juli 1995
Majoor Franken, plaatsvervangend commandant van het Duthbat-bataljon, tekent ten overstaan van de Bosnisch-Servische legerleiding een verklaring dat de evacuatie van de vluchtelingen “correct” is verlopen.

 21 juli 1995
Dutchbat verlaat Srebrenica, met achterlaten van militair materieel en vertrekt naar Zagreb.

augustus 1995
Een granaat, afgevoerd vanuit Bosnisch-Servische stellingen op een markt in Sarajevo, brengt de NAVO tot luchtaanvallen .

november 1995
Het Dayton-vredesakkoord wordt afgedwongen tussen de strijdende partijen. Bosnië wordt opgedeeld in de Bosnisch-Kroatische Federatie en de Republika Srpska. Srebrenica wordt toegewezen aan de Republika Srpska komt daarmee in Servisch gebied te liggen.

Publicaties Comité Stari Most

Het Comité Stari Most heeft tijdens en na de oorlog een groot aantal artikelen en rapporten uitgebracht over de de oorlogen in voormalig Joegoslavië. In het bijzonder focussen deze op de rol van de militaire en politieke leiding in Nederland en “mede-verantwoordelijkheid” van Nederland bij het drama van Srebrenica.

Analyses:
http://www.alento.nl/al2yu02.htm#al2yu02.

Overige artikelen en publicaties:
http://www.alento.nl/al2lt92.htm#al2lt92.

Het Comité is bezig met het opstellen van uitgebreide analyse van Nederlandse mede-verantwoordelijkheid bij de val van de enclave.

Reactiemogelijkheid is gesloten